Monthly Archives:november 2017

Muzikale hulde aan Hannibal

27 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Het nieuwe album van de Canadese metalband Ex Deo is getiteld ‘Immortal Wars’. Vrijwel alle songteksten op deze plaat refereren aan de Tweede Punische Oorlog, ofwel de roemruchte oorlog waarin de Carthager Hannibal een serieuze bedreiging werd voor Rome. Thematiek en muziek vielen zelden op een volmaaktere wijze samen. Dit is metal pur sang: bombastisch, episch, heroïsch. Not for the faint of heart.

In het eerste nummer van de plaat, ‘The Rise of Hannibal’, komen we de eed tegen die Hannnibal als kleine jongen gezworen zou hebben in opdracht van zijn vader Hamilcar. Hierin beloofde Hannibal nooit vriendschap te zullen sluiten met het Romeinse volk: ‘I am the son of Carthage, I bathe in the blood of Rome.’

Het tweede nummer, ‘Hispania (The Battle of Saguntum)’ bezingt het beleg van het Spaanse stad Saguntum in 218 v.C. Dit beleg, dat acht maanden duurde, vormde het begin van de Tweede Punische Oorlog. Het vervolgnummer, ‘Crossing The Alps’, vertelt de legendarische tocht, die Hannibal met zijn legers en krijgsolifanten maakte over de besneeuwde bergtoppen. ‘We will find a way or make one’. En: ‘My hands are frozen but my soul is on fire’. Bijna intimiderend wordt het nummer tegen het einde: ‘Can you hear my marching soldiers? Can you hear my voice fade into the night? I am here. I am here’.

In ‘Cato Maior: Cartago Delenda Est’ is Cato Maior aan het woord, de conservatieve Romeinse senator die de gewoonte had elke redevoering, waar deze ook maar over ging, te beeïndigen met: “overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.” (In onze Tweede Kamer klinkt de variant van Marianne Thieme: “Overigens ben ik van mening dat de bio-industrie verboden moet worden.”)

Het nummer ‘Ad Victoriam’ vervolgens bezingt de Slag bij Zama in 202 v.C., waarin Hannibal door de Romeinse veldheer Scipio Maior werd verslagen. De laatste kreeg hierbij steun van de Numidische koning Massinissa. ‘Massinissa, move forward!’. Het grote Carthago ging eindelijk door de knieën. ‘Plunge the gladius of Rome / Into the heart of Africa’. In ‘The Spoils of War’ tenslotte roept Rome Hannibal op tot overgave, maar ontvangt de brijante generaal ook eer: ‘Master tactician/ We salute you’.

Het duurde vervolgens nog tot 146 v.C. dat Carthago de definitieve genadeklap kreeg toegediend. Scipio Minor maakte de weer opgekrabbelde stad met de grond gelijk. Cato Maior stierf drie jaar te vroeg om deze mijlpaal nog mee te maken.

De terugkeer van Thor

26 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De Marvel productie Thor: Ragnarok (de derde Thor film) leunt sterk op de oud-Noorse mythologie: Thor is de Noorse god van de donder. Naast hem zijn er belangrijke rollen in de film weggelegd voor zijn vader Odin, de oppergod, zijn broer Loki (god van chaos en leugen) en Hela, de godin van de onderwereld en de dood, met dat verschil, dat de film van Hela een zus van Thor en Loki heeft gemaakt. Ook is het idee van Ragnarok, het einde der tijden, aan de Noorse mythologie ontleend, en de rol die daarin gespeeld wordt door de vuurreus Surt(u)r met zijn vlammende zwaard.

Toch hoeven we voor Grieks-Romeinse invloed in de film niet lang te zoeken. Thor belandt op de planeet Sakaar, waar de bewoners bezit zijn van de ‘Grandmaster’, een decadente heerser die wedstrijden houdt in een futuristische kopie van het Colosseum. De deelnemers aan deze ‘Contest of Champions’ leiden een spartaans en besloten leven dat eindigt met de dood in de arena. Thor neemt het op tegen de onverslagen kampioen: The Hulk. We zien Thor vechten met twee zwaarden, zoals het antieke gladiator-type van de dimachaerus.

Tijdens het kijken naar de film viel het me in hoezeer de reis van Thor, zoals die aan mij voorbij trok, trekken vertoonde van de reis van Odysseus. De gevangenschap op Sakaar leek me in zeker opzicht overeen te komen met Odysseus’ gedwongen verblijf bij Kalypso, hoe verschillend de omstandigheden verder ook mogen zijn. Het gevecht tegen de domme krachtpatser The Hulk deed me plotseling denken aan Odysseus’ dappere strijd tegen de Cycloop. En vooral: de op macht beluste godin van de dood Hela met haar duistere magie leek me gewoon een andere verschijningsvorm van de tovenares Circe, die alle mannen voor zich op haar knieën wil. Een van de eerste dingen die Hela tegen Thor en Loki zegt is: ‘Kneel. Before your Queen!’.

Maar de belangrijkste drijfveer in de film voor Thor is de terugkeer naar zijn vaderstad Asgaard en het van de ondergang zien te redden van deze plek waar hij vandaan komt. Zoals de held van de Odyssee alles doet en doorstaat om thuis te kunnen komen op Ithaka, waar ook hij een rampzalig onheil moet zien af te wenden. Maar waar Odysseus letterlijk zijn oude bed vindt, ziet Thor Asgaard geheel in vlammen opgaan.

Dit blijkt uiteindelijk het belangrijkste thema van de film: loslaten. Door toedoen van Hela verliest Thor zijn hamer, om te ontdekken dat zijn kracht niet in het materiële ding schuilt, maar in hemzelf. Zo ook moet hij zijn vaderstad achterlaten, om te ontdekken dat Asgaard in het volk woont, niet in de fysieke plaats. Ook heeft hij afscheid moeten nemen van zijn oude vader, die één oog had. Spontaan verliest ook Thor één oog, zodat de gelijkenis met zijn vader voortaan in hem voortleeft. Het verleden is voorbij en moet worden losgelaten, maar de sporen van het verleden dragen we voor altijd met ons mee.

Dat ook een superheld niet de volledige werkelijkheid weet te doorgronden, blijkt tenslotte uit de uitspraak: ‘Even if you had two eyes, you wouldn’t have seen the whole picture’.

 

Egypte ontmoet Griekenland

24 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De roman ‘Farao’ van succes-auteur Wilbur Smith speelt zich gedeeltelijk af in het oude Egypte, maar gedeeltelijk ook in Griekenland (de streek Laconië, op de Peleponnesos). Verder zijn er connecties met de Griekse mythologie. De mooie omslagfoto van het boek toont ons bovendien de gevleugelde godin Isis, die (evenals de mannelijke Serapis) geïmporteerd werd in het antieke Rome en grote populariteit genoot in de keizertijd.

De held van het verhaal is Taita, adviseur van de (vorige) farao. Hij is menselijk, maar spreekt de taal van de goden. Taita behoort tot de langlevenden en is gezegend door de goden, vooral door Inana, ‘de geheime naam van de godin Artemis’. We weten dat de Grieken en Romeinen de godin Inanna gelijk stelden aan Artemis/Diana en aan Afrodite/ Venus.

De godin Artemis geldt, ook in het boek, als ‘hagne’ (Gr. rein, kuis). Zij is de pure en onbevlekte maagd, vergelijkbaar met Maria in het katholicisme. Smith laat in het verhaal vijftig priesteressen van Artemis optreden. Hun opperpriesteres heet (niet voor niets) Zuster Hagne. De priesteressen doen dienst als seksuele plaatsvervangers van de godin. Dit is het verschijnsel van de ‘heilige hoeren’ of tempelprostituées, dat we in verschillende culten van de oudheid (onder andere ook die van Athene en Afrodite) tegenkomen.

Dan is er de episode van het Laconische zwijn. Bij het inwijden van zijn wijngaarden vergeet de Laconische heerser Hurotas de godin Artemis te eren. Hij laat bovendien alle dieren die de wijngaarden kunnen verwoesten verjagen of doden, ook het bij Artemis geliefde everzwijn. Uit wraak stuurt de godin het Laconische zwijn om Hurotas’ wijngaarden te verwoesten. En hoe vaak het dier ook wordt gedood, Artemis zorgt elk jaar voor een wedergeboorte: elk jaar is het dier dat de godin stuurt woester en groter dan het vorige.

Dit verhaal is een bijna letterlijke kopie van de Griekse mythe van het Calydonische everzwijn. Ook hier is het een koning (Oineus) die vergeten is Artemis te danken. Ook hier stuurt de godin uit wraak een verwoestend zwijn. Meleager zal het beest uiteindelijk bedwingen, nadat zo’n beetje alle Griekse helden zijn opgetrommeld voor deze epische strijd.

Het telkens sterker terugkeren van het zwijn, nadat het gedood is, doet echter denken aan het verhaal van Herakles en zijn gevecht tegen de hydra (een enorme negenkoppige slang). Telkens wanneer een kop was afgeslagen, groeide er een grotere kop in de plaats terug.

Er is nog veel meer. De mooie prinsessen Bekatha en Tehuti worden ontvoerd en vastgeketend aan een rots aan het randje van de zee, om te dienen als offer voor een verschrikkelijk zeemonster. Hierbij denken we meteen aan de vastgeketende prinses Andromeda (een geliefd onderwerp van beeldende kunstenaars), die op het nippertje gered zal worden door de stoere Perseus.

Ook het Kreta van koning Minos komen we tegen. Smith laat de legendarische Minos (naar wie de Minotauros werd vernoemd) omkomen tijdens een enome vulkaanuitbarsting op het eiland, waarmee abrupt aan alle leven een einde komt. Historisch gezien bevat dit wel enige waarheid: de ondergang van de Minoïsche beschaving had inderdaad te maken (dat denken we althans) met een vulkaanuitbarsting, maar dan wel op het nabijgelegen eiland Thera (het tegenwoordige vakantieparadijs Santorini) rond 1600 voor C.

In ons boek is de vulkaanuitbarsting het gevolg van een woedeaanval van Kronos, die door zijn zoon Zeus in de berg was vastgeketend. Zo bevinden we ons in weer een andere Griekse mythe: de wraak van Zeus, de nieuwe oppergod, op zijn vader, die al zijn kinderen verslond uit vrees voor een machtsovername. Waar hij echter niet op had gerekend is dat Rhea, Kronos’ echtgenote, hun jongste kind ontvoerde naar (inderdaad) Kreta en hem daar verstopte, totdat hij oud genoeg was om tegen zijn vader op te staan.

Zo is ‘Farao’ een prettige mengeling van historische en mythologische verbeeldingskracht, met een verhaal dat steeds onverwachte wendingen neemt. Een must-read voor iedereen die houdt van zowel de oude Grieken als de oude Egyptenaren.

 

Brood en Hongerspelen

23 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Een van de ‘bestselling books’ van de afgelopen jaren op het gebied van de young adult fictie èn een van de kaskrakers op het witte doek was de trilogie (respectievelijk tetralogie) Hunger Games. Voor de reeks is veel inspiratie geput uit de klassieke oudheid: deels uit de Griekse mythologie, deels uit de Romeinse geschiedenis.

Om met de mythologie te beginnen: in Hunger Games moeten de districten van Panem jaarlijks ieder één jongen en één meisje naar het Capitool sturen, als deelnemers aan de Hongerspelen. Dit eindigt voor de meeste kinderen in een brute dood. Dit motief herkennen we uit de mythe van Theseus. Daarin is Athene gedwongen jaarlijks zeven jongens en zeven meisjes af te staan aan Kreta, waar zij het labyrint moeten betreden als offer voor de Minotauros. Zoals Theseus zich vrijwillig aanbiedt om vervolgens deze banvloek op te heffen, zo biedt Kattniss Everdeen zich aan ter vervanging van haar jongere zusje: ook zij is van plan aan deze onmenselijke onderdrukking een einde te maken.

Hier voelen we meteen waar de sterke aantrekkingskracht zit van ons verhaal: de strijd van Katniss is de drang naar vrijheid die we allemaal diep in ons voelen, de drang om zich van alle knellende banden en door anderen opgelegde beperkingen te bevrijden, het verlangen om onrecht een halt toe te roepen en daadwerkelijk en volledig mens te zijn. Om niet gevangen te zitten in ongezonde verwachtingen, maar vrij ademend in de wereld te staan. Met open ogen en een warm kloppend hart.

Van die vrijheid is Katniss als het ware de symbolische uitdrukking. Ze ‘leeft’ deze vrijheid het sterkst als ze op jacht gaat, zich letterlijk terugtrekt uit de samenleving die altijd iets van een ‘gevangenis’ blijft houden. Ze heeft de vrije en onafhankelijke geest van de Romeinse godin Diana. Er is geen man aan we ze zich helemaal bindt: zowel Peeta als Gale houdt ze toch telkens op afstand. Kun je nog jezelf zijn, als je je verbindt aan een ander? De samenleving, het binden, het heeft iets van een monster (ook de Minotauros is maar ten dele menselijk). Voor je het weet ben je verdwenen en opgeslokt door verplichtingen en sociale druk. Vrijheid is iets dat moet worden bevochten. De grootste overwinning die eens mens kan behalen is ondanks alle dwingende en knechtende machten zichzelf te blijven. Je eigen hart dapper als kompas te gebruiken. In weerwil van alles.

Het regime van Panem (‘Brood’), dat zetelt in het Capitool, doet ons sterk denken aan het keizerlijke Rome. ‘Brood en spelen’ is wat de Romeinse keizers aan het volk gaven, om het onder de duim te houden. President Snow hanteert in wezen dezelfde tactieken: de jaarlijkse Hunger Games zorgen voor grootschalig en ontzagwekkend vermaak, maar zijn tegelijkertijd een intimiderende demonstratie van de macht van het regime. De spelen roepen vooral herinnering op aan de gladiatorengevechten in het Romeinse Colosseum. Het leven van de gladiator ligt, zelfs wanneer hij wint, volledig in handen van de heerser.

Behalve Spelen is er brood nodig. In de Hunger Games wordt de jaarlijkse tributenceremonie de ‘oogst’ genoemd, alsof de tributen graanhalmen zijn, waarvan het brood dat Panem is wordt gemaakt. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Tenslotte verwijzen veel van de namen in het boek eveneens naar het antieke Rome, zoals: Seneca, Cinna, Caesar, Coriolanus en Cato, waarbij de gelijkenis met de historische personages niet altijd heel sterk is. In het geval van Cinna, Katniss’ stylist, lijkt deze gelijkenis wel bedoeld. Cinna was een bondgenoot van de populistische leider Marius tegen de tiran Sulla, in de eerste eeuw v.C. Op dezelfde manier helpt de stilist Cinna hoofdpersoon Katniss, vanwege haar moed, en minacht zo de leiders van het Capitool. Ook de naam van de spelbedenker Seneca lijkt niet toevallig. Seneca kennen we immers onder andere als schrijver van tragische toneelstukken.

De rauwe realiteit van Rome

23 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Wanneer een schrijver besluit een zevendelige romancyclus aan een Romeinse keizer te wijden, zou je kunnen denken dat de keuze op – bijvoorbeeld – Nero valt: dan heb je lekker veel pagina’s om de wreedheden en de gestoordheden van deze jonge keizer breed uit te meten. Succes verzekerd. Dat Robert Fabbri een paar duizend bladzijdes aan de figuur van Vespasianus wijdt, is in dat opzicht een verrassende keus te noemen. In de ranglijst ‘Top 10 Greatest Emperors of Rome’ van Antique History Lists neemt Vespasianus een keurige zevende plaats in, achter mensen als Augustus, Trajanus en Hadrianus. Maar de keuze voor deze ‘geslaagde’ keizer pakt verrassend goed uit.

Fabbri’s verhaal begint als Vespasianus nog maar een jongetje is. We maken dus de hele opgang van Vespasianus mee naar de keizerlijke troon. Dat is op zich al verfrissend, want wanneer een persoon eenmaal een hoge functie heeft bereikt, zoals keizer, wordt hij later vaak alleen nog herinnerd om deze hoge functie. Heel zijn leven dat hieraan voorafging, en dat heel vormend was voor de heerser die hij werd, krijgt nauwelijks nog belangstelling. Fabbri heeft deze bredere belangstelling voor zijn hoofdpersonage duidelijk wel. Hij laat het verhaal beginnen met de kinderlijke Vespasianus die de muilezels drijft rondom de hoeve van zijn vader. ‘Ik wil niet in het leger’, zegt hij dan nog. Muilezels drijven, is dat niet gewoon genoeg?

Vespasianus kan niet voorkomen dat hij door zijn vader naar Rome wordt gestuurd. Daar raakt hij al snel betrokken in politieke verwikkelingen. Deze hebben te maken met keizer Tiberius, die zich teruggetrokken heeft op Capri, terwijl Sejanus, hoofd van de pretoriaanse garde, steeds meer macht naar zich toetrekt. Wanneer Vespasianus niet veel later als krijgstribuun vertrekt naar Thracië, een woeste streek waar opstanden woeden, is hij in het bezit van geheime informatie en een geheime opdracht.

Een groot deel van het eerste boek, ‘Tribuun van Rome’, speelt zich af in het Thracische land. We maken van dichtbij mee hoe het is om te dienen in een Romeins legioen. We maken mee hoe het voelt om in schildpadformatie te vechten en vijanden te vermorzelen als een machine. We zien en ruiken hoe darmen uit doorstoken lichamen stromen. Fabbri toont zich een meester in het overtuigend en beeldend neerzetten van de rauwe realiteit van een Romeins legioen en van het brute treffen met barbaarse stammen. Fabbri overtuigt, wanneer we legioensoldaten obscene aanroepingen horen uitstoten aan het adres van Romeinse goden: ‘Bij de tieten van Minerva!’ of: ‘Bij de kont van Juno!’.

Om te overleven moet Vespasianus zich aanpassen aan de harde leerschool die het soldatenleven is. Van de jongen die volmaakt tevreden is met het drijven van de muilezels van zijn vader is na enkele honderden bladzijdes al niets meer over. Hij doodt even gemakkelijk als ieder ander: ‘Het maakte geen verschil voor hem, want hij was van haat vervuld en verkild van woede’.

Wie een spannende, realistische inkijk wil hebben in het oude Rome en de opgang naar de macht van een van haar meer gevierde keizers, mag deze serie zeker niet missen….

Bondgenoten tegen het kwaad

20 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

In de film Justice League bundelen liefst zes superhelden van DC Comics hun krachten tegen een kwade macht die de wereld dreigt te vernietigen. De helden zijn: Superman, Batman, Wonder Woman, The Flash, Aquaman en Cyborg. De kwade macht is de Steppenwolf, eveneens een bekende in het DC universum. Dit DC universum is sterk beïnvloed door de Griekse mythologie.

Een voorbeeld van deze beïnvloeding schuilt in het personage Aquaman, die in de film een drietand als wapen gebruikt. Hij is een machtige heerser van de zee, en beschikt over vergelijkbare krachten als Poseidon. Hij blijft in the ‘League’ een beetje een buitenbeentje, en dat kan ook van Poseidon gezegd worden in relatie tot de goden van de Olympus. In de DC strips komen we Poseidon zelf trouwens ook tegen, maar in deze film speelt de oude zeegod geen rol.

De klassieke inspiratie van Wonder Woman heb ik eerder uiteengezet in mijn blogpost over de gelijknamige film. Ook in Justice League zijn we weer heel even op het eiland van de Amazones. We maken kennis met hun veelgeprezen krijgskunsten, als zij te paard en met pijl en boog de aanval inzetten op de Steppenwolf.

In het verhaal spelen verder drie dozen een belangrijke rol. Wie op een verkeerde manier met deze dozen speelt (je mag één keer raden welk personage dat doet), ontketent de hel op aarde. Of hier sprake is van bewuste ontlening durf ik te niet te zeggen, maar het motief herkennen we van de mythe van Pandora. De totale vernietiging van de aarde lijkt zeer nabij, als Steppenwolf een apocalyptische nacht over de wereld afroept. Maar ook hier geldt: op de bodem van de ziel ligt als het goed is de hoop. De hoop op helden, die weigeren zich bij het noodlot neer te leggen. Die vechten voor hun toekomst. Die met elkaar de wereld redden. Als strijders voor gerechtigheid.

Wonder Woman redt de wereld

17 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Ze is dé vrouwelijke actieheld: Wonder Woman. Ze verscheen dit jaar op het witte doek (gespeeld door actrice Gal Gadot), maar als stripheldin gaat haar loopbaan terug tot 1941 (DC Comics). De wortels van het personage liggen echter in de Griekse mythologie!

Wonder Woman (‘Diana’) is namelijk een Amazone. De Amazonen waren een volk van vrouwelijke krijgers in het huidige Turkije. Te paard wisten ze feilloos de boog te hanteren. Ze worden gesitueerd in het stadje Themyscira, door de filmmakers omgetoverd tot een eiland. Een van de bekendere mythes waarin we de Amazonen tegenkomen is die van het negende werk van Herakles. Herakles moest de gouden gordel van Hippolyte, de Amazonekoningin, bemachtigen. Ze had deze gordel eens gekregen van Ares, de oorlogsgod, vanwege haar uitzonderlijke moed. Nadat Herakles was aangekomen, was Hippolyte al snel zo onder de indruk van zijn verschijning, dat ze de gordel vrijwillig afstond. Maar Hera, jaloers, stookte het vrouwenvolk op: in een hevige strijd doodde Heracles Hippolyte en maakte zich alsnog meester van de gordel.

In het verhaal van de film is Diana de dochter van Hippolyte. Zeus heeft het Amazonenvolk een hoge roeping gegeven: het beschermen van de mensheid. Oorlogsgod Ares heeft echter andere plannen: hij heeft alle goden gedood behalve Zeus en heeft de wereld in de verwoestende Eerste Wereldoorlog gestort. Door een aangespoelde piloot ontdekt Diana dat het haar roeping is om niet op het beschermde eiland te blijven, maar om de mensheid te redden. Hierbij komt ze recht tegenover de moordzuchtige Ares te staan in een oorlog die de wereld dreigt te verslinden.

Vanuit een mythisch universum neemt de film ons mee in de verbijsterende realiteit van een oorlog, waarin persoonlijke moed en eigenzinnige keuzes het verschil kunnen maken. Diana wordt definitief WonderWoman en laat zien dat het mogelijk is authentiek te zijn en door rotsvast vertrouwen wonderen te verrichten. Een enerverende film, die de kijker uitdaagt zijn eigen werkelijkheid met mythische en moedige dromen in te kleuren.