Author Archives: Simon Slijkhuis

Tijgers, teams en Theodora

29 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Maxentius is een bijzondere strip: het decor is nu eens niet het keizerlijke Rome, maar het Constantinopel van de christelijke keizer Justinianus en zijn ambitieuze echtgenote keizerin Theodora. De eigenlijke hoofdpersoon van de strip is Maxentius, een wilde dierentemmer. Hij heeft een bijzondere relatie met Theodora, omdat hij getrouwd is met haar zus, maar het is duidelijk dat er tussen de twee meer aan de hand is. Als Maxentius de keizerin bezoekt, treft hij haar aan terwijl ze verleidelijk in bad ligt, quasi-nonchalant verzuchtend: ‘Zeg ’ns, Maxentius, je komt me veel minder vaak opzoeken dan vroeger’.

We ontmoeten keizer Justinianus, die zijn volk door middel van brood en spelen tevreden houdt. Hij organiseert veel wagenraces in de Hippodroom, waarbij de teams van de Groenen en de Blauwen het tegen elkaar opnemen. Na een verdacht ongeluk slaat het vuur in de pan: de Groenen en de Blauwen keren zich eerst tegen elkaar, maar kort daarna tegen de keizer! Dit oproer vond daadwerkelijk plaats in het jaar 532 n.C. en staat bekend als de zogenaamde Nika-opstand.

Dierentemmer Maxentius ontpopt zich als een Romeinse Sherlock Holmes. Met hulp van zijn tijger Hapax overwint hij gevaren en komt een complot tegen Justinianus op het spoor. De keizer zelf komt intussen niet verder dan het volk tot bedaren proberen te brengen door weer nieuwe races te organiseren en te zwaaien met de Bijbel: ‘Ik zweer bij het heilig boek dat ik jullie alle beledigingen vergeef. Ik zal niemand van jullie laten arresteren. Als jullie tenminste rustig blijven’. Het mag niet baten: de keizer moet vluchten in zijn paleis.

Wie uiteindelijk orde op zaken stelt – hoe kan het anders – is de onstuitbare keizerin Theodora. Zij weigert te capituleren of te vluchten: ‘Voor mij geen mooiere lijkwade dan het keizerlijke purper! Ik ben niet zo hoog geklommen om nu te vluchten voor een oproer!’. En: ‘Wie de kroon heeft gedragen, mag nooit zijn rijk en zijn waardigheid verliezen!’. Zo is het zijn echtgenote die voor Justinianus de keizerkroon weet te redden.

De keuze van schrijver Sardou voor dit latere tijdvak en deze historische personages blijkt een bijzonder gelukkige. Met de ambitieuze en zelfbewuste Theodora (die hier en daar Murena’s Agrippina echoot) heeft hij een ijzersterk personage in handen waarvan de mogelijkheden nog lang niet zijn uitgeput. Met haar reputatie van hoer (ze was in elk geval actrice geweest en deze beroepen gingen in die tijd vaak samen) is Sardou duidelijk bekend. De menigte die de stad in brand steekt schreeuwt: ‘Zodra we binnen zijn, nemen we die hoer te grazen! En daarna spietsen we haar op het forum!’. Hoer of geen hoer, in de oosters orthodoxe kerk prijkt Theodora gewoon op de heiligenkalender…

Inmiddels zijn van Maxentius ook de Delen 2 en 3 verschenen. We want more!

Epische strijd om de mensheid

27 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De strip Troje, waarvan tot nu toe drie delen in vertaling verschenen (een vierde deel is in voorbereiding), maakt onmiddellijk indruk door de prachtige vormgeving, maar ook door het ambitieuze en verstrekkende scenario. Wie een brave navertelling verwacht van de bekende oud-Griekse mythe, is bij scenarioschrijver Nicolas Jarry beslist aan het verkeerde adres.

Het toch al imponerende verhaal over een epische strijd tussen Grieken en Trojanen wordt bij Jarry ingebed in een spannende eschatologische vertelling, waarin de oude god Kronos wraak zoekt te nemen op de volledige mensheid: zij hebben zich achter Zeus geschaard en dienen daarvoor de rekening te betalen. De wraak wordt voltrokken door een duister leger dat complete koninkrijken van de aardbodem wegvaagt. Een zwarte aslaag is alles wat rest. Heel de mensheid dreigt door het vernietigende vuur van Kronos verslonden te worden. Zo komen we behalve Grieken en Trojanen ook andere volken tegen, zoals Hetieten en Egyptenaren.

Deze kosmische resurrectie van Kronos en zijn duistere, apocalyptische macht komen we ook tegen in andere moderne verbeeldingen, ik denk hier met name aan (de verfilmde) Percy Jackson and The Sea of Monsters. Het zijn de krachten van de Chaos die telkens opnieuw bedwongen moeten worden door de krachten die staan voor orde en recht. Het voortbestaan van de mensheid is een kwetsbare en hachelijke zaak, die voortdurend vraagt om de moed van helden.

De held van Troje is natuurlijke Achilles. Aan het begin van het verhaal is hij samen met de mooie Helena, een verhaalelement dat de kenner van de Griekse mythologie natuurlijk nogal in verwarring brengt. Maar hun relatie loopt ten einde als Helena een huwelijksaanzoek krijgt van Menelaos en deze niet direct van de hand wijst. Dit leidt tot een van de indrukwekkendste scènes uit de eerste episode. ‘Als jij van me zou houden zoals ik van jou, dan had je nooit toegegeven!’, snauwt Achilles. Maar Helena zet Achilles stevig op zijn plaats, en het mannelijk geslacht met hem: ‘Je doet alsof je deze oorlog voorbereidt uit liefde voor mij, maar het is pure trots! Zo zijn de mannen: ze denken alleen aan veroveren, of het nu om land of om vrouwen gaat!’.

Herkenbaar uit de Ilias is de vijandschap tussen Achilles en Agememnon, maar gaandeweg wordt het Achilles duidelijk gemaakt dat hij zijn persoonlijke wraakgevoelens voorlopig aan de kant moet zetten: het voortbestaan van de mensheid staat nu op het spel. Degenen die hem tot dit inzicht brengen zijn zijn leermeester Cheiron, de oeroude centaur, en de godin van de nacht Hekate, die eveneens een hoofdrol speelt in het verhaal en die samenwerkt met de Pythia, de priesteres van Apollo. Haar krachtige en mysterieuze tegenspeelster is een der Erinyen of Wraakgodinnen, ‘een dochter van woede en wraak’. Beide bovennatuurlijke personages zijn zeer overtuigend neergezet.

Troje is een razendknappe strip met kosmische dimensies. Zeker lezen!

In het voetspoor van Homerus

17 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De strip Orakel treedt in het voetspoor van Homerus. Waar de oude dichter een deel van het verhaal in de mond legt van Odysseus, zo wordt hier een deel van het verhaal verteld door een oude en blinde ziener. Ofwel: we hebben te maken met een ingebedde verhaalstructuur, zoals we die ook kennen uit de televisieserie The Storyteller. In deel 1 van Orakel, ‘De Pythia’, wordt het verhaal verteld aan een weesjongen in Delphi. Omdat deze jongen verder eigenlijk geen rol speelt in het verhaal, kan ik hier wel onthullen dat zijn naam Homerus is. Hiermee creëert schrijver Peru de ironische situatie dat zijn personage de leermeester is van de grootste dichter uit de wereldgeschiedenis. Zo weten we meteen wanneer het verhaal zich afspeelt: rond 800 v.C.

Maar het spel met Homerus gaat enkele stapjes verder. Zoals de lezer van Homerus weet dat het personage Odysseus, die immers bekend staat als de ‘listenrijke’, niet blindelings te vertrouwen is, zo speelt de auteur van ‘De Pythia’ eveneens een spel met waarheid en leugen. De oude verhalenverteller verklaart op de eerste pagina’s dat hij gek zou worden zonder zijn verhalen, dus het vertellen en luisteren naar verhApalen voorziet vooral in een menselijke behoefte. Maar daarmee is het vertelde niet noodzakelijk waar. ‘Verhalen zijn ontspannend, amusant, rechtvaardig, triest, heldhaftig en soms onbelangrijk. Het hangt er maar vanaf wie er naar luistert’. Omdat we de waarheid toch nooit zullen weten, dient het verhaal uiteindelijk vooral als een bron van inspiratie, iedere luisteraar zal in het verhaal zijn eigen waarheid moeten vinden.

Zo is het in elk geval ook gesteld in het ingebedde verhaal, waar de Pythia van Delphi de hoofdrol speelt. De Pythia is de vrouwelijke spreekbuis van Apollo, die bezoekers van de tempel in orakeltaal de toekomst voorspelt (het hoofdpersonage in het raamverhaal en die in het ingebedde verhaal hebben dus dezelfde profetische gave). Maar de waarheid van deze woorden is ook hier in nevelen gehuld. Eenieder die het orakel raadpleegt, zal zelf de boodschap moeten ‘lezen’.

We ontmoeten de Pythia Aspasie, die wijd en zijd beroemd is door haar voorspellingen en door haar adembenemende schoonheid. Dit laatste leidt tot een nogal ongeloofwaardig, maar bepalend verhaalelement, namelijk dat de god Apollo zich vergrijpt aan zijn eigen Pythia: hij verkracht haar zonder scrupules in zijn eigen heiligdom.‘Dat orakel doet er niet toe, de priesters zullen andere idioten opleiden die je plaats kunnen innemen’ (sic!).

De lezer met kennis van de Griekse mythologie (en de receptie ervan) zal deze karaktertekening van Apollo behoorlijk bevreemdend vinden. We ontmoeten een macho-Apollo die slechts uit is op macht en het najagen van zijn lusten. Mede dankzij Friedrich Nietzsche denken we bij Apollo toch eerder aan eigenschappen als doordacht, kalm en beheerst, en juist niet aan de geile, bokachtige acties van Dionysos.

De hele rest van het verhaal zal in het teken staan van Aspasie’s pogingen om wraak te nemen op Apollo en de Olympos. Het blijkt vooral een verhaal van hybris te zijn: iedere poging de Olympus te bestormen is gedoemd te mislukken, zoals ook de Spartaanse legers zullen ervaren. Evenals bij Homerus treden de Olympische goden sprekend en handelend op. Zo ontmoeten we ook Athene en oppergod Zeus. Bij het weergeven van de strijd op de trappen van de Olmypos, waaraan ook mythologische monsters deelnemen, heeft tekenaar Martino zich behoorlijk uitgeleefd. De wezens zelf doen er niet toe, maar het is gewoon fijn – moet hij gedacht hebben – de slangenkop van Medusa van de pagina te zien spatten. En daarin heeft hij natuurlijk groot gelijk.

 

Voor hen die gaan sterven

10 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De stripreeks Murena – van de hand van twee Belgen: Jean Dufeaux verzorgt de tekst, Philippe Delaby (gest. 2014) de tekeningen – brengt de Romeinse oudheid op een waanzinnige manier tot leven. We zitten in het Rome van keizer Nero: de machtswellust, de wreedheid, de losbandigheid, het wordt allemaal even schitterend in beeld gebracht in tekeningen waar het vakmanschap van afdruipt. De figuren zelf zijn adembenemend neergezet: Nero, Agrippina, Seneca, Poppaea, ze overtuigen werkelijk allemaal, in een stripreeks die zijn weerga niet kent.

Het vierde deel van de reeks, ‘Voor hen die gaan sterven’, kent meteen een overgetelijke, poëtische opening: ‘De godheid kijkt uit over Rome, de stad gebouwd op zeven heuvels. De heerszuchtige stad van purper en goud, met haar adelaars hoog in de lucht, is heer en meester over de wereld. De god, gebeiteld uit steen, blijft koud onder deze macht. Het aanzien van Rome, dat is het geluid van marcherende soldaten op de stoffige grond, maar het is ook het doodsgereutel van de gefolterden aan het kruis. Er zullen nooit genoeg soldaten zijn, er zullen nooit genoeg gefolterden zijn. Rome is een afgrond waarin al het aardse verdwijnt.’

Even later zien we een vorstelijke Agrippina die haar lichamelijke schoonheid en verleidingskunst gebruikt in een ultieme poging om controle over haar zoon Nero te houden. ‘Haar lichaam?’, horen we de intelligente Nero tegen zijn minnares Acte zeggen, ‘Haar lichaam is niet meer dan een idee. En ze stelt al haar ideeën in dienst van haar ambitie’. ‘En wat is die ambitie?’ ‘Regeren in mijn plaats’.

Eén van de absoluut magische eigenschappen van deze strip is de manier waarop met stilte wordt gewerkt. Als lezer vangen we de lege, ontzielde blik van een gekruisigde, en meteen daarna die van hoofdpersonage Murena die naar de gekruisigde opkijkt. We zien, even later, de slaaf Draxius naakt in de stromende regen staan, wachtend op zijn gladiatorengevecht. Of we kijken met Nero over de zee naar de horizon, als de moord op zijn moeder te gebeuren staat. In al deze gevallen heerst het geluid van de stilte en krijgt de strip een sterk filmisch karakter.

Het hoofdpersonage van de strip is Lucius Murena, één der intimi van Nero. Hij is door Nero van het hof weggestuurd, maar wordt later in genade aangenomen. In de strip is het Agrippina die Poppaea op Nero afstuurt (‘je bent het perfecte werktuig voor mijn wraak’). Ook de rol van Poppaea, die volgens Tacitus alle menselijke eigenschappen bezat behalve goedheid, wordt ijzersterk neergezet. Met zoveel femmes fatales om zich heen kan het met deze jonge heerser niet goed aflopen. Maar omgekeerd met deze vrouwen natuurlijk ook niet….

 

There’s nothing you can’t do

04 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Er is geen Griekse held te vinden die zoveel navolging heeft gekregen als Herakles. Dit geldt ook voor de populaire cultuur, waaronder de strip. Het is bijvoorbeeld veelzeggend dat Herakles zowel voortleeft in het universum van stripgigant Marvel (The Incredible Hercules) als in dat van concurrent DC. Herakles is van alle tijden en van iedereen. Dus ook van Walt Disney.

De Disney-filmversie van Herakles (Hercules, uit 1997) staat op gepaste afstand van de oorspronkelijke mythe. Hercules is deze keer een zoon van Zeus en Hera (en niet van Zeus met Alkmene). In plaats van een boze Hera die het leven van de jonge held keer op keer bedreigt is het onderwereldgod Hades, die plannen beraamt om de heerschappij van zijn broer Zeus over te nemen. Uit een profetie van de Fates (die het midden houden tussen de schikgodinnen en de Graeae die we kennen van Perseus) concludeert Hades terecht, dat alleen Hercules hem hiervan kan weerhouden. Daarmee is de jacht op de jonge held geopend.

Wat ontstaat is een tot mislukken gedoemde onderneming van schurk Hades, met zijn twee hulpjes Paniek en Pijn. Het bezeten optreden van de god, die zijn pogingen Hercules een halt toe te roepen telkens ziet stranden en zijn groeiende boosheid botviert op zijn beide onhandige dienaren, doet meer dan eens denken aan de Baron uit Bassie en Adriaan. Drommels, drommels, en nog eens drommels! Je hebt als kijker niet lang nodig om te weten dat de schurk aan het eind van het verhaal met lege handen zal staan.

Hoe zit het dan verder met de mythologische referenties? Een belangrijke rol is weggelegd voor Philoctetes. In de mythologie is hij een goede vriend van Herakles en mede-opvarende van de Argo. In de film is hij een satyr geworden die helden opleidt, een beetje zoals de centaur Cheiron met Achilles deed. Dat de mentor- of leermeestersrol (vast ingrediënt van een heldenreis) naar een satyr gaat, kan als een ironische twist beschouwd worden: satyrs gelden als primitieve, hun libido najagende wezens, niet als wijze leraren.

En Hercules zelf? In een groot deel van de film is hij nog een onzekere adolescent, onzeker over zijn afkomst, onzeker over zijn talent, onzeker over de liefde en onzeker over zijn levensbestemming. Hij moet leren vertrouwen en dan blijkt (natuurlijk) dat hij grote dingen kan doen, dat het de moeite waard is om groot te dromen (‘There’s nothing you can’t do, kid’). In vogelvlucht passeren dan de beroemde werken de revue, waarvan de strijd met de hydra het breedst wordt uitgemeten. Onder de verslagen monsters vinden we trouwens ook Medusa en de Minotauros, overwinningen die – volgens de mythologie – Perseus respectievelijk Theseus toekomen. Maar daar doet deze Disney-versie niet moeilijk over.

Tenslotte zijn er de Titanen, chaotische krachten, die de wereldorde serieus bedreigen, onder leiding van Hades, maar die natuurlijk net op tijd van de Olympische berg worden geweerd door een ontketende Hercules. De romantische held zal, in the end, een aards leven aan de zijde van Megara verkiezen boven een godenbestaan op de Olympos…. Zo blijft Hercules heerlijk één van ons en kunnen we blijven dromen van onze eigen heldenstatus.

A true hero is not measured by the size of his strength, but by the strength of his heart.

Dagboek van Nurdius Maximus

01 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Nurdius Maximus (vrij vertaald: enorme nerd) is een Romeins jongetje van twaalf jaar, dat er maar één enkele droom op na houdt: een edele Romeinse held worden, in de stijl van zijn oudere broer Spierus (die dient in het Romeinse leger) en de grote leider Julius Caesar. Helaas voor hem is hij vooral een brokkenpiloot, een gemakkelijk doelwit van plagerijen en de spot van zijn vrienden. De vasthoudendheid waarmee hij zijn droom blijft najagen maakt hem echter een sympathieke figuur in de traditie van Don Quichotte.

Via deze onhandige hoofdpersoon krijgen we een inkijkje in het Romeinse leven ten tijde van Caesar (1ste eeuw v.C). We maken kennis met Romeinse eetgewoontes in de hogere kringen (Nurdius’ vader is sentor), opvattingen over het hiernamaals, omgang met slaven, sanitaire gebruiken (zoals de afveegborstel in de openbare toiletten), het ‘augureren’ ofwel toekomst voorspellen aan de hand van ingewanden van varkens en het gedrag van heilige kippen.

Iedere keer weer wordt Nurdius teleurgesteld in zijn ambitie een Romeinse held te worden. Maar dan raakt hij ineens betrokken in een samenzwering tegen Julius Caesar en kruipt zijn heldenbloed waar het niet gaan kan. Zoals in de satirische roman ‘Being There’ van Jerzy Kosinski (1970) de simpele tuinman Chance door allerlei toevalligheden en misverstanden president van Amerika wordt, zo zal Nurdius zijn gedroomde heldenstatus toch waarmaken!

Het dagboek van Nurdius Maximus, geschreven door Tim Collins, laat zich soepel (voor)lezen met een aanhoudende glimlach. Dit komt deels door de naïeviteit van de hoofdpersoon, zodat er voortdurend situaties van dramatische ironie ontstaan, maar ook door zijn humoristische en satirische kijk op de wereld:

“Daarna kwam Caesar in een gouden strijdwagen, getrokken door witte paarden. Een slaaf stond achter Caesar. Pa zei dat die Caesar eraan moest herinneren dat hij slechts een mens was en geen god. Ik denk dat hij er eigenlijk vooral voor moest zorgen dat Caesars haar niet opwaaide in de wind en de menigte iets gaf om te lachen”.

Wat Nurdius tenslotte nog sympathieker maakt is dat de harde Romeinse mores hem totaal niet op het lijf geschreven zijn (‘Het valt niet mee om meedogenloos te zijn’). Hij lijkt eerder een moderne tiener die op een ochtend wakker wordt in het antieke Rome. Dit maakt dat de (jonge) lezer zich goed in hem verplaatsen kan. Zo kunnen we ons met hem verbazen over al die vreemde, soms decadente Romeinse gebruiken:

‘Ik haat feestjes. Het eten is misschien wel lekker, maar de gasten zijn walgelijk. Ze kotsen altijd in kommen om daarna nog meer eten naar binnen te kunnen proppen. Het is zo smerig. Het geluid van hun gekots is al genoeg om mij ook braakneigingen te bezorgen. Overgeven is net als gapen. Als iemand het doet, móét je wel meedoen.’

Inmiddels is Nurdius Maximus uitgegroeid tot een serie die al vijf delen kent, waaronder verder: Nurdius in Gallië, Nurdius in de Lage Landen, Nurdius in Pompeï en Nurdius in Egypte.

Muzikale hulde aan Hannibal

27 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Het nieuwe album van de Canadese metalband Ex Deo is getiteld ‘Immortal Wars’. Vrijwel alle songteksten op deze plaat refereren aan de Tweede Punische Oorlog, ofwel de roemruchte oorlog waarin de Carthager Hannibal een serieuze bedreiging werd voor Rome. Thematiek en muziek vielen zelden op een volmaaktere wijze samen. Dit is metal pur sang: bombastisch, episch, heroïsch. Not for the faint of heart.

In het eerste nummer van de plaat, ‘The Rise of Hannibal’, komen we de eed tegen die Hannnibal als kleine jongen gezworen zou hebben in opdracht van zijn vader Hamilcar. Hierin beloofde Hannibal nooit vriendschap te zullen sluiten met het Romeinse volk: ‘I am the son of Carthage, I bathe in the blood of Rome.’

Het tweede nummer, ‘Hispania (The Battle of Saguntum)’ bezingt het beleg van het Spaanse stad Saguntum in 218 v.C. Dit beleg, dat acht maanden duurde, vormde het begin van de Tweede Punische Oorlog. Het vervolgnummer, ‘Crossing The Alps’, vertelt de legendarische tocht, die Hannibal met zijn legers en krijgsolifanten maakte over de besneeuwde bergtoppen. ‘We will find a way or make one’. En: ‘My hands are frozen but my soul is on fire’. Bijna intimiderend wordt het nummer tegen het einde: ‘Can you hear my marching soldiers? Can you hear my voice fade into the night? I am here. I am here’.

In ‘Cato Maior: Cartago Delenda Est’ is Cato Maior aan het woord, de conservatieve Romeinse senator die de gewoonte had elke redevoering, waar deze ook maar over ging, te beeïndigen met: “overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.” (In onze Tweede Kamer klinkt de variant van Marianne Thieme: “Overigens ben ik van mening dat de bio-industrie verboden moet worden.”)

Het nummer ‘Ad Victoriam’ vervolgens bezingt de Slag bij Zama in 202 v.C., waarin Hannibal door de Romeinse veldheer Scipio Maior werd verslagen. De laatste kreeg hierbij steun van de Numidische koning Massinissa. ‘Massinissa, move forward!’. Het grote Carthago ging eindelijk door de knieën. ‘Plunge the gladius of Rome / Into the heart of Africa’. In ‘The Spoils of War’ tenslotte roept Rome Hannibal op tot overgave, maar ontvangt de brijante generaal ook eer: ‘Master tactician/ We salute you’.

Het duurde vervolgens nog tot 146 v.C. dat Carthago de definitieve genadeklap kreeg toegediend. Scipio Minor maakte de weer opgekrabbelde stad met de grond gelijk. Cato Maior stierf drie jaar te vroeg om deze mijlpaal nog mee te maken.

De terugkeer van Thor

26 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De Marvel productie Thor: Ragnarok (de derde Thor film) leunt sterk op de oud-Noorse mythologie: Thor is de Noorse god van de donder. Naast hem zijn er belangrijke rollen in de film weggelegd voor zijn vader Odin, de oppergod, zijn broer Loki (god van chaos en leugen) en Hela, de godin van de onderwereld en de dood, met dat verschil, dat de film van Hela een zus van Thor en Loki heeft gemaakt. Ook is het idee van Ragnarok, het einde der tijden, aan de Noorse mythologie ontleend, en de rol die daarin gespeeld wordt door de vuurreus Surt(u)r met zijn vlammende zwaard.

Toch hoeven we voor Grieks-Romeinse invloed in de film niet lang te zoeken. Thor belandt op de planeet Sakaar, waar de bewoners bezit zijn van de ‘Grandmaster’, een decadente heerser die wedstrijden houdt in een futuristische kopie van het Colosseum. De deelnemers aan deze ‘Contest of Champions’ leiden een spartaans en besloten leven dat eindigt met de dood in de arena. Thor neemt het op tegen de onverslagen kampioen: The Hulk. We zien Thor vechten met twee zwaarden, zoals het antieke gladiator-type van de dimachaerus.

Tijdens het kijken naar de film viel het me in hoezeer de reis van Thor, zoals die aan mij voorbij trok, trekken vertoonde van de reis van Odysseus. De gevangenschap op Sakaar leek me in zeker opzicht overeen te komen met Odysseus’ gedwongen verblijf bij Kalypso, hoe verschillend de omstandigheden verder ook mogen zijn. Het gevecht tegen de domme krachtpatser The Hulk deed me plotseling denken aan Odysseus’ dappere strijd tegen de Cycloop. En vooral: de op macht beluste godin van de dood Hela met haar duistere magie leek me gewoon een andere verschijningsvorm van de tovenares Circe, die alle mannen voor zich op haar knieën wil. Een van de eerste dingen die Hela tegen Thor en Loki zegt is: ‘Kneel. Before your Queen!’.

Maar de belangrijkste drijfveer in de film voor Thor is de terugkeer naar zijn vaderstad Asgaard en het van de ondergang zien te redden van deze plek waar hij vandaan komt. Zoals de held van de Odyssee alles doet en doorstaat om thuis te kunnen komen op Ithaka, waar ook hij een rampzalig onheil moet zien af te wenden. Maar waar Odysseus letterlijk zijn oude bed vindt, ziet Thor Asgaard geheel in vlammen opgaan.

Dit blijkt uiteindelijk het belangrijkste thema van de film: loslaten. Door toedoen van Hela verliest Thor zijn hamer, om te ontdekken dat zijn kracht niet in het materiële ding schuilt, maar in hemzelf. Zo ook moet hij zijn vaderstad achterlaten, om te ontdekken dat Asgaard in het volk woont, niet in de fysieke plaats. Ook heeft hij afscheid moeten nemen van zijn oude vader, die één oog had. Spontaan verliest ook Thor één oog, zodat de gelijkenis met zijn vader voortaan in hem voortleeft. Het verleden is voorbij en moet worden losgelaten, maar de sporen van het verleden dragen we voor altijd met ons mee.

Dat ook een superheld niet de volledige werkelijkheid weet te doorgronden, blijkt tenslotte uit de uitspraak: ‘Even if you had two eyes, you wouldn’t have seen the whole picture’.

 

Egypte ontmoet Griekenland

24 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De roman ‘Farao’ van succes-auteur Wilbur Smith speelt zich gedeeltelijk af in het oude Egypte, maar gedeeltelijk ook in Griekenland (de streek Laconië, op de Peleponnesos). Verder zijn er connecties met de Griekse mythologie. De mooie omslagfoto van het boek toont ons bovendien de gevleugelde godin Isis, die (evenals de mannelijke Serapis) geïmporteerd werd in het antieke Rome en grote populariteit genoot in de keizertijd.

De held van het verhaal is Taita, adviseur van de (vorige) farao. Hij is menselijk, maar spreekt de taal van de goden. Taita behoort tot de langlevenden en is gezegend door de goden, vooral door Inana, ‘de geheime naam van de godin Artemis’. We weten dat de Grieken en Romeinen de godin Inanna gelijk stelden aan Artemis/Diana en aan Afrodite/ Venus.

De godin Artemis geldt, ook in het boek, als ‘hagne’ (Gr. rein, kuis). Zij is de pure en onbevlekte maagd, vergelijkbaar met Maria in het katholicisme. Smith laat in het verhaal vijftig priesteressen van Artemis optreden. Hun opperpriesteres heet (niet voor niets) Zuster Hagne. De priesteressen doen dienst als seksuele plaatsvervangers van de godin. Dit is het verschijnsel van de ‘heilige hoeren’ of tempelprostituées, dat we in verschillende culten van de oudheid (onder andere ook die van Athene en Afrodite) tegenkomen.

Dan is er de episode van het Laconische zwijn. Bij het inwijden van zijn wijngaarden vergeet de Laconische heerser Hurotas de godin Artemis te eren. Hij laat bovendien alle dieren die de wijngaarden kunnen verwoesten verjagen of doden, ook het bij Artemis geliefde everzwijn. Uit wraak stuurt de godin het Laconische zwijn om Hurotas’ wijngaarden te verwoesten. En hoe vaak het dier ook wordt gedood, Artemis zorgt elk jaar voor een wedergeboorte: elk jaar is het dier dat de godin stuurt woester en groter dan het vorige.

Dit verhaal is een bijna letterlijke kopie van de Griekse mythe van het Calydonische everzwijn. Ook hier is het een koning (Oineus) die vergeten is Artemis te danken. Ook hier stuurt de godin uit wraak een verwoestend zwijn. Meleager zal het beest uiteindelijk bedwingen, nadat zo’n beetje alle Griekse helden zijn opgetrommeld voor deze epische strijd.

Het telkens sterker terugkeren van het zwijn, nadat het gedood is, doet echter denken aan het verhaal van Herakles en zijn gevecht tegen de hydra (een enorme negenkoppige slang). Telkens wanneer een kop was afgeslagen, groeide er een grotere kop in de plaats terug.

Er is nog veel meer. De mooie prinsessen Bekatha en Tehuti worden ontvoerd en vastgeketend aan een rots aan het randje van de zee, om te dienen als offer voor een verschrikkelijk zeemonster. Hierbij denken we meteen aan de vastgeketende prinses Andromeda (een geliefd onderwerp van beeldende kunstenaars), die op het nippertje gered zal worden door de stoere Perseus.

Ook het Kreta van koning Minos komen we tegen. Smith laat de legendarische Minos (naar wie de Minotauros werd vernoemd) omkomen tijdens een enome vulkaanuitbarsting op het eiland, waarmee abrupt aan alle leven een einde komt. Historisch gezien bevat dit wel enige waarheid: de ondergang van de Minoïsche beschaving had inderdaad te maken (dat denken we althans) met een vulkaanuitbarsting, maar dan wel op het nabijgelegen eiland Thera (het tegenwoordige vakantieparadijs Santorini) rond 1600 voor C.

In ons boek is de vulkaanuitbarsting het gevolg van een woedeaanval van Kronos, die door zijn zoon Zeus in de berg was vastgeketend. Zo bevinden we ons in weer een andere Griekse mythe: de wraak van Zeus, de nieuwe oppergod, op zijn vader, die al zijn kinderen verslond uit vrees voor een machtsovername. Waar hij echter niet op had gerekend is dat Rhea, Kronos’ echtgenote, hun jongste kind ontvoerde naar (inderdaad) Kreta en hem daar verstopte, totdat hij oud genoeg was om tegen zijn vader op te staan.

Zo is ‘Farao’ een prettige mengeling van historische en mythologische verbeeldingskracht, met een verhaal dat steeds onverwachte wendingen neemt. Een must-read voor iedereen die houdt van zowel de oude Grieken als de oude Egyptenaren.

 

Brood en Hongerspelen

23 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Een van de ‘bestselling books’ van de afgelopen jaren op het gebied van de young adult fictie èn een van de kaskrakers op het witte doek was de trilogie (respectievelijk tetralogie) Hunger Games. Voor de reeks is veel inspiratie geput uit de klassieke oudheid: deels uit de Griekse mythologie, deels uit de Romeinse geschiedenis.

Om met de mythologie te beginnen: in Hunger Games moeten de districten van Panem jaarlijks ieder één jongen en één meisje naar het Capitool sturen, als deelnemers aan de Hongerspelen. Dit eindigt voor de meeste kinderen in een brute dood. Dit motief herkennen we uit de mythe van Theseus. Daarin is Athene gedwongen jaarlijks zeven jongens en zeven meisjes af te staan aan Kreta, waar zij het labyrint moeten betreden als offer voor de Minotauros. Zoals Theseus zich vrijwillig aanbiedt om vervolgens deze banvloek op te heffen, zo biedt Kattniss Everdeen zich aan ter vervanging van haar jongere zusje: ook zij is van plan aan deze onmenselijke onderdrukking een einde te maken.

Hier voelen we meteen waar de sterke aantrekkingskracht zit van ons verhaal: de strijd van Katniss is de drang naar vrijheid die we allemaal diep in ons voelen, de drang om zich van alle knellende banden en door anderen opgelegde beperkingen te bevrijden, het verlangen om onrecht een halt toe te roepen en daadwerkelijk en volledig mens te zijn. Om niet gevangen te zitten in ongezonde verwachtingen, maar vrij ademend in de wereld te staan. Met open ogen en een warm kloppend hart.

Van die vrijheid is Katniss als het ware de symbolische uitdrukking. Ze ‘leeft’ deze vrijheid het sterkst als ze op jacht gaat, zich letterlijk terugtrekt uit de samenleving die altijd iets van een ‘gevangenis’ blijft houden. Ze heeft de vrije en onafhankelijke geest van de Romeinse godin Diana. Er is geen man aan we ze zich helemaal bindt: zowel Peeta als Gale houdt ze toch telkens op afstand. Kun je nog jezelf zijn, als je je verbindt aan een ander? De samenleving, het binden, het heeft iets van een monster (ook de Minotauros is maar ten dele menselijk). Voor je het weet ben je verdwenen en opgeslokt door verplichtingen en sociale druk. Vrijheid is iets dat moet worden bevochten. De grootste overwinning die eens mens kan behalen is ondanks alle dwingende en knechtende machten zichzelf te blijven. Je eigen hart dapper als kompas te gebruiken. In weerwil van alles.

Het regime van Panem (‘Brood’), dat zetelt in het Capitool, doet ons sterk denken aan het keizerlijke Rome. ‘Brood en spelen’ is wat de Romeinse keizers aan het volk gaven, om het onder de duim te houden. President Snow hanteert in wezen dezelfde tactieken: de jaarlijkse Hunger Games zorgen voor grootschalig en ontzagwekkend vermaak, maar zijn tegelijkertijd een intimiderende demonstratie van de macht van het regime. De spelen roepen vooral herinnering op aan de gladiatorengevechten in het Romeinse Colosseum. Het leven van de gladiator ligt, zelfs wanneer hij wint, volledig in handen van de heerser.

Behalve Spelen is er brood nodig. In de Hunger Games wordt de jaarlijkse tributenceremonie de ‘oogst’ genoemd, alsof de tributen graanhalmen zijn, waarvan het brood dat Panem is wordt gemaakt. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Tenslotte verwijzen veel van de namen in het boek eveneens naar het antieke Rome, zoals: Seneca, Cinna, Caesar, Coriolanus en Cato, waarbij de gelijkenis met de historische personages niet altijd heel sterk is. In het geval van Cinna, Katniss’ stylist, lijkt deze gelijkenis wel bedoeld. Cinna was een bondgenoot van de populistische leider Marius tegen de tiran Sulla, in de eerste eeuw v.C. Op dezelfde manier helpt de stilist Cinna hoofdpersoon Katniss, vanwege haar moed, en minacht zo de leiders van het Capitool. Ook de naam van de spelbedenker Seneca lijkt niet toevallig. Seneca kennen we immers onder andere als schrijver van tragische toneelstukken.