Categorie: Fictie

Dagboek van Nurdius Maximus

01 dec 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Nurdius Maximus (vrij vertaald: enorme nerd) is een Romeins jongetje van twaalf jaar, dat er maar één enkele droom op na houdt: een edele Romeinse held worden, in de stijl van zijn oudere broer Spierus (die dient in het Romeinse leger) en de grote leider Julius Caesar. Helaas voor hem is hij vooral een brokkenpiloot, een gemakkelijk doelwit van plagerijen en de spot van zijn vrienden. De vasthoudendheid waarmee hij zijn droom blijft najagen maakt hem echter een sympathieke figuur in de traditie van Don Quichotte.

Via deze onhandige hoofdpersoon krijgen we een inkijkje in het Romeinse leven ten tijde van Caesar (1ste eeuw v.C). We maken kennis met Romeinse eetgewoontes in de hogere kringen (Nurdius’ vader is sentor), opvattingen over het hiernamaals, omgang met slaven, sanitaire gebruiken (zoals de afveegborstel in de openbare toiletten), het ‘augureren’ ofwel toekomst voorspellen aan de hand van ingewanden van varkens en het gedrag van heilige kippen.

Iedere keer weer wordt Nurdius teleurgesteld in zijn ambitie een Romeinse held te worden. Maar dan raakt hij ineens betrokken in een samenzwering tegen Julius Caesar en kruipt zijn heldenbloed waar het niet gaan kan. Zoals in de satirische roman ‘Being There’ van Jerzy Kosinski (1970) de simpele tuinman Chance door allerlei toevalligheden en misverstanden president van Amerika wordt, zo zal Nurdius zijn gedroomde heldenstatus toch waarmaken!

Het dagboek van Nurdius Maximus, geschreven door Tim Collins, laat zich soepel (voor)lezen met een aanhoudende glimlach. Dit komt deels door de naïeviteit van de hoofdpersoon, zodat er voortdurend situaties van dramatische ironie ontstaan, maar ook door zijn humoristische en satirische kijk op de wereld:

“Daarna kwam Caesar in een gouden strijdwagen, getrokken door witte paarden. Een slaaf stond achter Caesar. Pa zei dat die Caesar eraan moest herinneren dat hij slechts een mens was en geen god. Ik denk dat hij er eigenlijk vooral voor moest zorgen dat Caesars haar niet opwaaide in de wind en de menigte iets gaf om te lachen”.

Wat Nurdius tenslotte nog sympathieker maakt is dat de harde Romeinse mores hem totaal niet op het lijf geschreven zijn (‘Het valt niet mee om meedogenloos te zijn’). Hij lijkt eerder een moderne tiener die op een ochtend wakker wordt in het antieke Rome. Dit maakt dat de (jonge) lezer zich goed in hem verplaatsen kan. Zo kunnen we ons met hem verbazen over al die vreemde, soms decadente Romeinse gebruiken:

‘Ik haat feestjes. Het eten is misschien wel lekker, maar de gasten zijn walgelijk. Ze kotsen altijd in kommen om daarna nog meer eten naar binnen te kunnen proppen. Het is zo smerig. Het geluid van hun gekots is al genoeg om mij ook braakneigingen te bezorgen. Overgeven is net als gapen. Als iemand het doet, móét je wel meedoen.’

Inmiddels is Nurdius Maximus uitgegroeid tot een serie die al vijf delen kent, waaronder verder: Nurdius in Gallië, Nurdius in de Lage Landen, Nurdius in Pompeï en Nurdius in Egypte.

Egypte ontmoet Griekenland

24 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

De roman ‘Farao’ van succes-auteur Wilbur Smith speelt zich gedeeltelijk af in het oude Egypte, maar gedeeltelijk ook in Griekenland (de streek Laconië, op de Peleponnesos). Verder zijn er connecties met de Griekse mythologie. De mooie omslagfoto van het boek toont ons bovendien de gevleugelde godin Isis, die (evenals de mannelijke Serapis) geïmporteerd werd in het antieke Rome en grote populariteit genoot in de keizertijd.

De held van het verhaal is Taita, adviseur van de (vorige) farao. Hij is menselijk, maar spreekt de taal van de goden. Taita behoort tot de langlevenden en is gezegend door de goden, vooral door Inana, ‘de geheime naam van de godin Artemis’. We weten dat de Grieken en Romeinen de godin Inanna gelijk stelden aan Artemis/Diana en aan Afrodite/ Venus.

De godin Artemis geldt, ook in het boek, als ‘hagne’ (Gr. rein, kuis). Zij is de pure en onbevlekte maagd, vergelijkbaar met Maria in het katholicisme. Smith laat in het verhaal vijftig priesteressen van Artemis optreden. Hun opperpriesteres heet (niet voor niets) Zuster Hagne. De priesteressen doen dienst als seksuele plaatsvervangers van de godin. Dit is het verschijnsel van de ‘heilige hoeren’ of tempelprostituées, dat we in verschillende culten van de oudheid (onder andere ook die van Athene en Afrodite) tegenkomen.

Dan is er de episode van het Laconische zwijn. Bij het inwijden van zijn wijngaarden vergeet de Laconische heerser Hurotas de godin Artemis te eren. Hij laat bovendien alle dieren die de wijngaarden kunnen verwoesten verjagen of doden, ook het bij Artemis geliefde everzwijn. Uit wraak stuurt de godin het Laconische zwijn om Hurotas’ wijngaarden te verwoesten. En hoe vaak het dier ook wordt gedood, Artemis zorgt elk jaar voor een wedergeboorte: elk jaar is het dier dat de godin stuurt woester en groter dan het vorige.

Dit verhaal is een bijna letterlijke kopie van de Griekse mythe van het Calydonische everzwijn. Ook hier is het een koning (Oineus) die vergeten is Artemis te danken. Ook hier stuurt de godin uit wraak een verwoestend zwijn. Meleager zal het beest uiteindelijk bedwingen, nadat zo’n beetje alle Griekse helden zijn opgetrommeld voor deze epische strijd.

Het telkens sterker terugkeren van het zwijn, nadat het gedood is, doet echter denken aan het verhaal van Herakles en zijn gevecht tegen de hydra (een enorme negenkoppige slang). Telkens wanneer een kop was afgeslagen, groeide er een grotere kop in de plaats terug.

Er is nog veel meer. De mooie prinsessen Bekatha en Tehuti worden ontvoerd en vastgeketend aan een rots aan het randje van de zee, om te dienen als offer voor een verschrikkelijk zeemonster. Hierbij denken we meteen aan de vastgeketende prinses Andromeda (een geliefd onderwerp van beeldende kunstenaars), die op het nippertje gered zal worden door de stoere Perseus.

Ook het Kreta van koning Minos komen we tegen. Smith laat de legendarische Minos (naar wie de Minotauros werd vernoemd) omkomen tijdens een enome vulkaanuitbarsting op het eiland, waarmee abrupt aan alle leven een einde komt. Historisch gezien bevat dit wel enige waarheid: de ondergang van de Minoïsche beschaving had inderdaad te maken (dat denken we althans) met een vulkaanuitbarsting, maar dan wel op het nabijgelegen eiland Thera (het tegenwoordige vakantieparadijs Santorini) rond 1600 voor C.

In ons boek is de vulkaanuitbarsting het gevolg van een woedeaanval van Kronos, die door zijn zoon Zeus in de berg was vastgeketend. Zo bevinden we ons in weer een andere Griekse mythe: de wraak van Zeus, de nieuwe oppergod, op zijn vader, die al zijn kinderen verslond uit vrees voor een machtsovername. Waar hij echter niet op had gerekend is dat Rhea, Kronos’ echtgenote, hun jongste kind ontvoerde naar (inderdaad) Kreta en hem daar verstopte, totdat hij oud genoeg was om tegen zijn vader op te staan.

Zo is ‘Farao’ een prettige mengeling van historische en mythologische verbeeldingskracht, met een verhaal dat steeds onverwachte wendingen neemt. Een must-read voor iedereen die houdt van zowel de oude Grieken als de oude Egyptenaren.

 

Brood en Hongerspelen

23 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Een van de ‘bestselling books’ van de afgelopen jaren op het gebied van de young adult fictie èn een van de kaskrakers op het witte doek was de trilogie (respectievelijk tetralogie) Hunger Games. Voor de reeks is veel inspiratie geput uit de klassieke oudheid: deels uit de Griekse mythologie, deels uit de Romeinse geschiedenis.

Om met de mythologie te beginnen: in Hunger Games moeten de districten van Panem jaarlijks ieder één jongen en één meisje naar het Capitool sturen, als deelnemers aan de Hongerspelen. Dit eindigt voor de meeste kinderen in een brute dood. Dit motief herkennen we uit de mythe van Theseus. Daarin is Athene gedwongen jaarlijks zeven jongens en zeven meisjes af te staan aan Kreta, waar zij het labyrint moeten betreden als offer voor de Minotauros. Zoals Theseus zich vrijwillig aanbiedt om vervolgens deze banvloek op te heffen, zo biedt Kattniss Everdeen zich aan ter vervanging van haar jongere zusje: ook zij is van plan aan deze onmenselijke onderdrukking een einde te maken.

Hier voelen we meteen waar de sterke aantrekkingskracht zit van ons verhaal: de strijd van Katniss is de drang naar vrijheid die we allemaal diep in ons voelen, de drang om zich van alle knellende banden en door anderen opgelegde beperkingen te bevrijden, het verlangen om onrecht een halt toe te roepen en daadwerkelijk en volledig mens te zijn. Om niet gevangen te zitten in ongezonde verwachtingen, maar vrij ademend in de wereld te staan. Met open ogen en een warm kloppend hart.

Van die vrijheid is Katniss als het ware de symbolische uitdrukking. Ze ‘leeft’ deze vrijheid het sterkst als ze op jacht gaat, zich letterlijk terugtrekt uit de samenleving die altijd iets van een ‘gevangenis’ blijft houden. Ze heeft de vrije en onafhankelijke geest van de Romeinse godin Diana. Er is geen man aan we ze zich helemaal bindt: zowel Peeta als Gale houdt ze toch telkens op afstand. Kun je nog jezelf zijn, als je je verbindt aan een ander? De samenleving, het binden, het heeft iets van een monster (ook de Minotauros is maar ten dele menselijk). Voor je het weet ben je verdwenen en opgeslokt door verplichtingen en sociale druk. Vrijheid is iets dat moet worden bevochten. De grootste overwinning die eens mens kan behalen is ondanks alle dwingende en knechtende machten zichzelf te blijven. Je eigen hart dapper als kompas te gebruiken. In weerwil van alles.

Het regime van Panem (‘Brood’), dat zetelt in het Capitool, doet ons sterk denken aan het keizerlijke Rome. ‘Brood en spelen’ is wat de Romeinse keizers aan het volk gaven, om het onder de duim te houden. President Snow hanteert in wezen dezelfde tactieken: de jaarlijkse Hunger Games zorgen voor grootschalig en ontzagwekkend vermaak, maar zijn tegelijkertijd een intimiderende demonstratie van de macht van het regime. De spelen roepen vooral herinnering op aan de gladiatorengevechten in het Romeinse Colosseum. Het leven van de gladiator ligt, zelfs wanneer hij wint, volledig in handen van de heerser.

Behalve Spelen is er brood nodig. In de Hunger Games wordt de jaarlijkse tributenceremonie de ‘oogst’ genoemd, alsof de tributen graanhalmen zijn, waarvan het brood dat Panem is wordt gemaakt. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Tenslotte verwijzen veel van de namen in het boek eveneens naar het antieke Rome, zoals: Seneca, Cinna, Caesar, Coriolanus en Cato, waarbij de gelijkenis met de historische personages niet altijd heel sterk is. In het geval van Cinna, Katniss’ stylist, lijkt deze gelijkenis wel bedoeld. Cinna was een bondgenoot van de populistische leider Marius tegen de tiran Sulla, in de eerste eeuw v.C. Op dezelfde manier helpt de stilist Cinna hoofdpersoon Katniss, vanwege haar moed, en minacht zo de leiders van het Capitool. Ook de naam van de spelbedenker Seneca lijkt niet toevallig. Seneca kennen we immers onder andere als schrijver van tragische toneelstukken.

De rauwe realiteit van Rome

23 nov 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Wanneer een schrijver besluit een zevendelige romancyclus aan een Romeinse keizer te wijden, zou je kunnen denken dat de keuze op – bijvoorbeeld – Nero valt: dan heb je lekker veel pagina’s om de wreedheden en de gestoordheden van deze jonge keizer breed uit te meten. Succes verzekerd. Dat Robert Fabbri een paar duizend bladzijdes aan de figuur van Vespasianus wijdt, is in dat opzicht een verrassende keus te noemen. In de ranglijst ‘Top 10 Greatest Emperors of Rome’ van Antique History Lists neemt Vespasianus een keurige zevende plaats in, achter mensen als Augustus, Trajanus en Hadrianus. Maar de keuze voor deze ‘geslaagde’ keizer pakt verrassend goed uit.

Fabbri’s verhaal begint als Vespasianus nog maar een jongetje is. We maken dus de hele opgang van Vespasianus mee naar de keizerlijke troon. Dat is op zich al verfrissend, want wanneer een persoon eenmaal een hoge functie heeft bereikt, zoals keizer, wordt hij later vaak alleen nog herinnerd om deze hoge functie. Heel zijn leven dat hieraan voorafging, en dat heel vormend was voor de heerser die hij werd, krijgt nauwelijks nog belangstelling. Fabbri heeft deze bredere belangstelling voor zijn hoofdpersonage duidelijk wel. Hij laat het verhaal beginnen met de kinderlijke Vespasianus die de muilezels drijft rondom de hoeve van zijn vader. ‘Ik wil niet in het leger’, zegt hij dan nog. Muilezels drijven, is dat niet gewoon genoeg?

Vespasianus kan niet voorkomen dat hij door zijn vader naar Rome wordt gestuurd. Daar raakt hij al snel betrokken in politieke verwikkelingen. Deze hebben te maken met keizer Tiberius, die zich teruggetrokken heeft op Capri, terwijl Sejanus, hoofd van de pretoriaanse garde, steeds meer macht naar zich toetrekt. Wanneer Vespasianus niet veel later als krijgstribuun vertrekt naar Thracië, een woeste streek waar opstanden woeden, is hij in het bezit van geheime informatie en een geheime opdracht.

Een groot deel van het eerste boek, ‘Tribuun van Rome’, speelt zich af in het Thracische land. We maken van dichtbij mee hoe het is om te dienen in een Romeins legioen. We maken mee hoe het voelt om in schildpadformatie te vechten en vijanden te vermorzelen als een machine. We zien en ruiken hoe darmen uit doorstoken lichamen stromen. Fabbri toont zich een meester in het overtuigend en beeldend neerzetten van de rauwe realiteit van een Romeins legioen en van het brute treffen met barbaarse stammen. Fabbri overtuigt, wanneer we legioensoldaten obscene aanroepingen horen uitstoten aan het adres van Romeinse goden: ‘Bij de tieten van Minerva!’ of: ‘Bij de kont van Juno!’.

Om te overleven moet Vespasianus zich aanpassen aan de harde leerschool die het soldatenleven is. Van de jongen die volmaakt tevreden is met het drijven van de muilezels van zijn vader is na enkele honderden bladzijdes al niets meer over. Hij doodt even gemakkelijk als ieder ander: ‘Het maakte geen verschil voor hem, want hij was van haat vervuld en verkild van woede’.

Wie een spannende, realistische inkijk wil hebben in het oude Rome en de opgang naar de macht van een van haar meer gevierde keizers, mag deze serie zeker niet missen….

Vrouwen in de Romeinse arena

17 okt 17
Simon Slijkhuis
No Comments

Een kruising tussen Katniss Everdeen (Hunger Games) en Spartacus: zo is de hoofdpersoon van ‘Onverschrokken’ (Engels: ‘The Valiant’) te omschrijven, de YA roman van Lesley Livingston. Een stoere jonge vrouw die weet wat ze wil en vecht voor haar eigen vrijheid, die zich door geen enkele man en door geen enkele macht de wil laat opleggen. Het verhaal speelt zich af in de Romeinse oudheid, aan het einde van de Republiek, als Caesar de machtigste man van Rome is. Maar zelfs oog in oog met de machtigste man op aarde weet deze heldin zich prima staande te houden en daarin schuilt ongetwijfeld deels de aantrekkingskracht van dit verhaal. Alles is mogelijk voor wie voor zijn eigen dromen wil vechten.

Het verhaal

De jonge Fallon, dochter van een Keltische koning en lid van de Cantii-stam, wordt gevangengenomen door een slavenhandelaar en naar Rome gebracht, waar ze op een slavenmarkt wordt verkocht en terechtkomt in een school voor vrouwelijke gladiatoren. De school is een eigendom van Julius Caesar, de vijand van haar volk, en daarmee is ze nu in feite zijn bezit. Maar Fallon weet zich door wilskracht, moed en keiharde trainingsarbeid te ontwikkelen tot de onverschrokken krijger die ze altijd al had willen zijn. In de arena behaalt ze de ene overwinning na de andere en ontdekt dat vrijheid eerst en vooral is: radicaal kiezen voor wat je eigen hart je ingeeft.

Historiciteit

In ‘Onverschrokken’ is het Julius Caesar die voor het eerst vrouwelijke gladiatoren zou hebben laten optreden en die in Rome een vrouwelijke gladiatorenschool heeft opgericht (de Ludus Achilea). Hiervoor ontbreekt elk historisch bewijs. Wel is het zo, dat steeds meer moderne wetenschappers het verschijnsel van de vrouwelijke gladiator erkennen, ondanks de schaarsheid van archeologische bronnen (zie onder andere: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/de-vrouwelijke-gladiator/). Het lijkt vooral de vraag in hoeverre de Romeinen vrouwengevechten serieus namen, of dat het vooral als absurdistisch en erotisch vermaak diende. De satirische dichter Juvenalis (60-133 n.C.) schrijft afkeurend: ‘wanneer er vrouwen zijn die met ontblote borsten Toscaanse zwijnen rijgen aan hun jachtspriet’ (Satiren I,24-5). Livingston modelleert haar vrouwelijke gladiatoren naar het voorbeeld van de mannen. Ze voert bekende gladiatorentypes ten tonele, zoals de murmillo (een gladiator met een zwaard en een groot schild) en de retiarius (een gladiator met een drietand en een net). Fallon zelf treedt in het strijdperk als een zogenaamde dimachaerus (een gladiator met in elke hand een zwaard).

Specifieke historische gebeurtenissen die in ‘Onverschrokken’ voorkomen zijn: Caesar’s invasie van Britannië in 55 en 54 v.C., de slag bij Alesia (52 v.C.) onder leiding van de Gallische koning Vercingetorix, Caesar’s viervoudige triomftocht in het jaar 46 v.C. (wordt aangekondigd). Ook komen we de Egyptische koningin Cleopatra tegen in het gezelschap van Caesar. Zij weet het feministische sausje (dat het boek toch al bezit) nog wat te versterken: ‘Een vrouw hoort haar eigen koers in het leven uit te kunnen zetten’.

Naast Caesar, Vercingetorix en Cleopatra komen we nog een historisch personage tegen: de volkstribuun Lucius Pontius Aquila, die het met Caesar aan de stok krijgt en later, buiten dit verhaal, een van de samenzweerders zal worden die hem uit de weg willen ruimen.

Tenslotte geeft het boek – behalve in de Romeinse wereld – een inkijkje in de cultuur van het Keltische Britannië. Verschillende leden van de Cantii stam dragen een ‘torque’, de unieke nekversiering van edelmetaal die een teken was van aristocratische afkomst. De ‘stervende Gallier’, een van de beroemdste beelden uit de oudheid, is drager van dit sieraad.

Ook speelt de Keltische religie een duidelijke rol in het verhaal: Fannon onderhoudt een persoonlijke relatie met Morrigan, godin van de oorlog en de dood, die vaak wordt voorgesteld in de gedaante van een raaf.

Al met al heeft Livingston een zeer lezenswaardig boek geschreven. Het is inmiddels wachten op de Nederlandse vertaling van het tweede deel…